het Artistieke onderzoek
Ik als maker
Ik ben me de afgelopen tijd gaan realiseren dat mijn werk niet gaat over losse materialen of losse experimenten.
Het gaat over uitwisseling.
Over wat er gebeurt wanneer dingen elkaar raken.
Wanneer ze op elkaar reageren.
Wanneer ze elkaar beïnvloeden.
Ik werk vaak met materialen als latex, wol, haar, silicone, hout, metaal, gips. Maar wat mij eigenlijk interesseert, is niet het materiaal zelf. Het is wat er gebeurt tussen materialen. Wat er verandert. Wat reageert. Wat verschuift.
Ik ben voortdurend bezig met de vraag:
Wat gebeurt er als?
Als je haar spint?
Als je klei naait?
als je stof verhardt?
Als iets droogt, roest, verkleurt, breekt?
Maar die vraag gaat verder dan materiaal.
Wat gebeurt er als ruimte invloed uitoefent?
Wat doet zwaartekracht?
Wat doet luchtvochtigheid?
Wat doet tijd?
Wat doet comfort of juist ongemak?
Ik begin steeds meer te zien dat alles een gesprek is.
Materiaal met materiaal.
Ruimte met lichaam.
Mens met mens.
Tijd met vorm.
Zelfs stilte is een gesprek.
Ik geloof dat dingen elkaar voortdurend beïnvloeden. Dat we atomen uitwisselen wanneer we dicht bij elkaar komen. Dat er trillingen zijn, energieën, krachten die onzichtbaar zijn maar wel vorm geven.
Dat veld interesseert me.
Mijn werk verschuift daardoor van object naar relatie.
Van vorm naar proces.
Van maken naar reageren.
Dat veld interesseert me.
Ik werk intuïtief, maar niet willekeurig. Ik geef mezelf simpele regels en laat het materiaal reageren. Ik stop wanneer iets “klopt”. Ik begin met wat goed voelt. Ik laat processen doorgaan zonder dat ik ze volledig controleer.
Ik wil geen volledige controle.
Ik wil getuige zijn van wat ontstaat.
Tegelijkertijd zit er spanning in mijn werk: alles is vergankelijk. Elk moment verandert. Alles vergaat. Maar ik probeer het toch te vangen via momentopnames.
Ik weet dat een opname nooit het moment zelf is.
Maar die poging ‘dat falende vastleggen’ is onderdeel van het werk.
Ik onderzoek niet alleen materiaal.
Ik onderzoek invloed.
Hoe krachten van buiten vorm genereren.
Hoe reactie een vorm wordt.
Hoe een gesprek tastbaar kan worden.
Misschien gaat mijn werk uiteindelijk over dit:
Dat niets op zichzelf bestaat.
Dat alles in relatie ontstaat.
Dat vorm het residu is van een ontmoeting.
En dat elke ontmoeting, hoe klein ook, een verschuiving veroorzaakt.
Het gaat over uitwisseling.
Over wat er gebeurt wanneer dingen elkaar raken.
Wanneer ze op elkaar reageren.
Wanneer ze elkaar beïnvloeden.
Ik werk vaak met materialen als latex, wol, haar, silicone, hout, metaal, gips. Maar wat mij eigenlijk interesseert, is niet het materiaal zelf. Het is wat er gebeurt tussen materialen. Wat er verandert. Wat reageert. Wat verschuift.
Ik ben voortdurend bezig met de vraag:
Wat gebeurt er als?
Als je haar spint?
Als je klei naait?
als je stof verhardt?
Als iets droogt, roest, verkleurt, breekt?
Maar die vraag gaat verder dan materiaal.
Wat gebeurt er als ruimte invloed uitoefent?
Wat doet zwaartekracht?
Wat doet luchtvochtigheid?
Wat doet tijd?
Wat doet comfort of juist ongemak?
Ik begin steeds meer te zien dat alles een gesprek is.
Materiaal met materiaal.
Ruimte met lichaam.
Mens met mens.
Tijd met vorm.
Zelfs stilte is een gesprek.
Ik geloof dat dingen elkaar voortdurend beïnvloeden. Dat we atomen uitwisselen wanneer we dicht bij elkaar komen. Dat er trillingen zijn, energieën, krachten die onzichtbaar zijn maar wel vorm geven.
Dat veld interesseert me.
Mijn werk verschuift daardoor van object naar relatie.
Van vorm naar proces.
Van maken naar reageren.
Dat veld interesseert me.
Ik werk intuïtief, maar niet willekeurig. Ik geef mezelf simpele regels en laat het materiaal reageren. Ik stop wanneer iets “klopt”. Ik begin met wat goed voelt. Ik laat processen doorgaan zonder dat ik ze volledig controleer.
Ik wil geen volledige controle.
Ik wil getuige zijn van wat ontstaat.
Tegelijkertijd zit er spanning in mijn werk: alles is vergankelijk. Elk moment verandert. Alles vergaat. Maar ik probeer het toch te vangen via momentopnames.
Ik weet dat een opname nooit het moment zelf is.
Maar die poging ‘dat falende vastleggen’ is onderdeel van het werk.
Ik onderzoek niet alleen materiaal.
Ik onderzoek invloed.
Hoe krachten van buiten vorm genereren.
Hoe reactie een vorm wordt.
Hoe een gesprek tastbaar kan worden.
Misschien gaat mijn werk uiteindelijk over dit:
Dat niets op zichzelf bestaat.
Dat alles in relatie ontstaat.
Dat vorm het residu is van een ontmoeting.
En dat elke ontmoeting, hoe klein ook, een verschuiving veroorzaakt.